De Vos
Ik las eens ergens dat geen dier zo tot de verbeelding spreekt als de vos. “Een
bijzonder mooi beest, een juweel”. Mijn pad kruiste het zijne in de winter: zijn
glorietijd. Ik herkende hem aan de roestbruine vacht van zijn mantel. Zelden associeer
ik mensen met dieren, maar soms is de gelijkenis zo groot, dat je er niet omheen kunt.
Iets in hun gedrag, de vorm van hun gezicht of hun manier van doen roept een
diereninstict op. Bijzonder fenomeen als je erover nadenkt.
​
Bijna niemand ziet ooit een vos. Deze had ik echter eerder gezien. Met sierlijke
passen stak hij het plein van de universiteitscampus over. De zon scheen op zijn
mantel en zijn bleke gezicht, waar een zelfvoldane glimlach op lag. Zijn blik oogde
zelfverzekerd en verried de kunst van het verleiden, waar hij in af was gestudeerd.
​
De vos lonkte mij mee in zijn spel en ik stond erbij en keek toe hoe ik er met volle
bewustzijn intrapte. Zijn ogen volgden mij de hele avond, hij had mij uitverkoren als
zijn prooi. Ik ontweek hem, tot het vele praten, de wijn en de tijd me uit hadden
geput. De rekel draait op z’n achterlopers rondjes om het vrouwtje, tot ze er ook iets
voor voelt. Een paar uur na middernacht gaf ik mezelf over en we raakten aan de
praat. Ik was me bewust van zijn aantrekking voor mij en voelde me in de fluwelen
mini-jurk die mijn benen onthulde jong en verleidelijk.
​
Toen hij me een uur later gedag kwam zeggen en zijn zachte vacht aanbod voor mijn
hoofd om op te rusten, kon ik geen nee meer zeggen. Ik verdiende verdomme een
leuke knappe jongen die me in zijn fantasieën beminde, en was bereid er iets aan te
doen zodat het zou gebeuren ook. Op zijn schouder lag het fijn.
Zonder dat ik het echt wou, eerder uit eenzaamheid en verlangen naar genegenheid
wierp ik me op hem en kuste hem. Hij kuste me terug en vroeg om mijn nummer. Ik
gaf het aan hem.
​
Ik wilde bij hem horen. Dat mensen mij zagen lopen en dachten ‘Hey dat is de
vriendin van…!’ Ik wou dat mensen mij aan zijn zijde zagen. We waren toch mooi in
onze bijpassende coltruien en corduroy broeken? Misschien was alles wat ik wou een
stukje van zijn aura, zijn zelfverzekerdheid, zijn stoere verhalen en zijn gemak van
spreken.
​
Weken liet hij niet van zich horen, dan verscheen hij weer aan de oppervlakte. Om drie
uur ‘s ochtends kreeg ik een bericht. Vaak was het rond middernacht. Een vos komt
ook pas tevoorschijn als het stil en donker wordt.
Wanneer hij in me klaarkwam hield hij met zijn ogen lustig mijn blik vast. Dan voelde ik me zo warm en duizelig van binnen en dat ik wou dat hij altijd met zijn warme lijf op en in mij bleef liggen. En dat ik er nooit meer alleen voor hoefde te staan.
​
In mijn verbeelding nam hij me mee op reis. Enthousiast en oprecht geïnteresseerd luisterde hij naar de verhalen die ik schreef en hielp hij me de juiste woorden te kiezen als ik er zelf niet bij kon. Vanuit zijn balkon zagen we de Middellandse Zee en bekeken we de zeilboten en visboten die langsvaarden. ‘S avonds zaten we met een glas wijn op het terras onder de sterren en vertelden elkaar eindeloos over elkaars leven. We rookten sigaretten en op de achtergrond speelden er altijd Franse chansons.
​
In de werkelijkheid zag ik hem zelden. Hij wilde zich niet hechten, zijn armen in zijn slaap niet om mij heen slaan. Hij stuurde me geen felicitaties op mijn verjaardag. Een vos leeft op zichzelf en bindt zich aan niemand.